Geschiedenis van Het statiekwartier rondom de Pelikaanstraat en Vestingsstraat.

Toen in 1830 de Belgische onafhankelijkheid werd bevochten zat Antwerpen nog steeds geklemd tussen de Schelde en de Spaanse Vesten (de huidige Leien) De wandelaar die destijds vanaf de Sint-Jacobsmarkt door de Borgerhoutse Poort stapte stond plots op de “boerenbuiten”.

Op de plaats waar zich nu het Koningin-Astridplein bevindt, teelden destijds enkele keuterboertjes hun veldvruchten. Ze werden een vijftal jaar later het slachtoffer van een drama in wild-west stijl. Ze moesten plaats maken voor het zware “stoommonster“. Er werd een houten barak opgetrokken die als station fungeerde en het kreeg de naam “Ooststatie”.

Op 3 mei 1836 stopte de eerste trein in de Sinjorenstad. Het spoor werd later naar het noorden doorgetrokken, eerst met aftakkingen naar de haven en daarna richting Nederland.  Meteen was dit een sein voor een ongebreidelde groei van de Metropool. Het werd in 1853 vervangen door een nieuw paviljoen in Zwitserse chalet-stijl

Het laatste kwart van de 18de eeuw hadden ondernemende zakenlui steeds meer mondaine etablissementen rond het station ingeplant. Hotels, feestzalen, winkels en drankhuizen rezen als paddestoelen uit ge grond. Onder de exploitanten vond men toen vooral Duitsers. Er kwamen ook theaters met Parijse Allures en danszalen.

Intussen kwam de Ooststatie door de uitbreiding van de stad steeds meer centraal te liggen.  In 1898 werden de houten barakken gesloopt en naar Dendermonde overgebracht. Wanneer in 1902 de van letters voorziene stenen in de voorgevel van het huidige station worden aangebracht leest men “MIDDENSTATIE”.

In dit overzicht beperken we ons  tot het deel De Keyserlei-Vestingstraat. Verder naar de Simonsstraat toe, belanden we immers aan het diamantkwartier met zijn geschiedenis.

In 1893 kreeg de straat  tussen het station en de Leien officieel de naam “De Keyserlei”. Deze wandelboulevard overtrof weldra de Meir. In het midden werden sierlijke vijf-armige gaslantaarns geplaatst.  Voor het station kwamen er dagbladkiosken en allerlei straatventers maakten van de buurt hun leurgebied.

Toen de Pelikaanstraat in 1845 werd opengesteld begon ze toen naast de aloude herberg “De Pelikaen” en liep ten einde aan de Vestingstraat , die toen nog “hogeweg” werd genoemd.  De Vestingstraat, die nu in de Pelikaanstraat uitkomt, moest in de loop van de jaren zestig van de 19e eeuw haar zuidelijke uiteinde aan de Pelikaanstraat afstaan. Laatsgenoemd gedeelte van deze straat maakt nu deel uit van de joodse Diamantwijk. Een tweede verlenging had plaats in 1904, ditmaal aan de noordzijde. De naam Statieplaats verdween definitief uit de Antwerpse adresboeken.

Video: Pelikaanstraat rond 1900

Unieke videobeelden van Antwerpen rond 1900. De beelden zijn gemaakt van boven op een paarden(?) tram, aangezien het tempo heerlijk traag is. Geeft een heel mooie indruk bvan het leven hier, iets meer dan een eeuw terug.

Vooral de eerste paar minuten zijn interessant. Te zien is de voorloper van Fortunia, een taveerne.

De oneven straatzijde van de Pelikaanstraat werd gevormd door de “ondergalerij-magazijnen”van het spoorviaduct tussen het centraal station en de Lange Kievitstraat. Ze werden  rond de eeuwwisseling door de sinjoor soms de “Catacombes van het Statiekwartier”genoemd, maar de meer mondaine benaming was “A l’Arcade du Pélican”

Hier was een allegaartje van handelszaken gehuisvest. Wijnhandelaars, fietsenwinkels, een verkoper van Amerikaanse wasmachines, een slager, een visboer, een groentenboer, een boutique, een dagbladhandel, zelfs een tweedehands verkoopzaal die zijn meubeltjes bij goed weer op straat opstelde.

In 1905 had de Pelikaanstraat zelfs een “Friture Bruxelloise” uitgebaat door een Nederlander die het “Hollands’huis” noemde.

Maar ook het postsorteercentrum, de garage van het spoor en goederendienst hadden hier hun onderkomen, temeer daar sommige ruimtes ver onder de spoorweg doorliepen.De meeste catacombes zijn  twintig jaar later handelspanden geworden voor de inkoop en verkoop van goud en edelstenen.Deze zijde van de Pelikaanstraat illustreert de overgangswereld van vertier en vermaak naar de nijvere diamantwijk.

De even zijde van de Pelikaanstraat  bestond rond de eeuwwisseling voornamelijk uit hotels, sigarenhandelaars, een kapper een kruidenier/bakker en verschillende cafe’s.Belangrijk hier te vermelden is de voorloper van ons appartementsgebouw “Residence Fortunia”.

Als hoekhuis aan het einde van de Pelikaanstraat hadden we toen het op een buitenherberg lijkende “Café-restaurant” en logementhuis “A la Belle-vue”.  Dit café bestond blijkbaar al voor 1850. Het café-restaurant had een open voorterras, omzoomd door een metalen hek.

In de eerder kleine voortuin stonden een tweetal boompjes om de dames een schuilplaats te bieden tegen de zonnestralen. Wie als vrouw in grootmoeders tijd een gebruinde teint bezat, werd immers beschouwd als “kantjesvolk”.Café-restuarant “A la bellevue » werd met de aangrenzende huizen gesloopt in 1909 om plaats te maken voor het overweldigende “diamanthuis-Fortunia” met zijn zalen, kluizen, kantoren en handelszaken.

Ingang Centraal station met zicht op de Fortunia

Ingang centraal station met zicht op Pelikaanstraat en de Fortunia

De diamantwijk in de jaren vijftig op het kruispunt van de Vestingstraat en de Pelikaanstraat. Links de diamantclub en de Banque diamantaire anversoise. Rechts, de Fortunia, het als diamantbeurs dienstdoende café waar de Kempense fabrikanten diamanten verhandelden.

In de loop der jaren kreeg de Pelikaanstraat de bijnaam schuttingsstraat. Was het niet voor de afbraak of de bouw van een of ander hotel of Century Center, dan moest de straat aan breedte inboeten voor de haast eeuwige afrasteringen en steigers aan het Station.  De tram moest er in 1981 als obstakel voor het verkeer onder de grond verdwijnen.

De Vestingstraat van het eerste decennium van vorige eeuw was niet meer dan een wat verstoken kleine handelsstraat aan de achterzijde van een bruisende stationsbuurt. De diamanthandel was nog maar sporadisch aanwezig en van grootschalige ondernemingen was geen sprake. Je vond er rond de eeuwwisseling een allegaartje van hoofdzakelijk cafés, restaurants en hotels, maar ook een visboer, een dokter, verschillende kunstschilders, renteniers, zelfs het bijkantoor van de politie was hier gevestigd tot eind jaren zeventig.

In het voorste straatgedeelte dat enkele jaren later door de Fortunia zou worden ingenomen waren het vooral de populaire “estaminets” die druk bezocht werden. Twintig jaar later zijn in dit deel van de straat wisselagenten en diamantairs in de meerderheid.

Rond 1913 werden de laatste tuinen in de Vestingstraat opgekocht door de “Staatsspoorwegen” die hier  hun “Dépot des Marchandises” bouwden. Het gevleugelde treinwiel dat men opmerkt boven Parkeergarage Vesting  is er nog getuige van.

Enkele jaren later werden de ruimtes overgenomen door de “Société Anonyme Autobus Belges”.  De 40 voertuigen waren  de allereerste autobussen in geregelde lijndienst die in de sinjorenstad reden.

Nadat de lijnautobussen in 1932 de Vestingstraat hadden verlaten werd deze ruimte uitgebaat door garages.  Tijdens de Duitse bezetting konden er echter  geen auto’s meer worden verkocht of hersteld. Het is in die periode dat dit  gebouw grootste bekendheid verwierf door de hondenrenbaan “De Hazenwind”. Voor menigeen zowel arm als rijk waren deze wedrennen op een zavelpiste een echte passie

Het spreekt vanzelf dat ondertussen  het overige deel van de Vestingstraat niet was blijven stilstaan.  In de jaren 30 had de diamantsector de straat al voor een ruim deel ingepalmd. Maar ook de hotel/restaurants/cafés waren nog steeds  veelvuldig aanwezig in het straatbeeld.

Het bekendste Restaurant uit die tijd is “Gourmet san chiqué”. Niet alleen wielrenners als Rik van Steenbergen en Gino Bartali waren hier te gast,maar ook zijn Koninklijke hoogheid Prins Bernard zou hier ooit van de keuken geproefd hebben.

Rond 1910 was “café des Sports”het stamlokaal van de koks uit de stationsbuurt. Maar ook hier heeft de diamant het overgenomen en werd er nog dagelijks tussen pot en pint verhandeld. Als laatste overblijfsel van de oude glorie kwam het eind 2007 in aanvaring met de sloophamer.

Gegevens en foto’s komen voornamelijk uit het boek “De Antwerpenaar en zijn Statiekwartier” geschreven door Frans Lauwers, die hiervoor zijn toestemming verleend heeft.

Blijf op de hoogte!

Uw email adres: